48. Aanvullend effect op diepte

In de biljartles blijkt keer op keer, dat beginnende biljarters moeite hebben om het mikpunt op de tweede bal nauwkeurig te bepalen. Halfvol op twee aanspelen is de eerste en belangrijkste oefening.

Bij een verdere ontwikkeling worden de mikpunten verplaatst naar b.v. drievierde vol op twee of eenvierde vol op twee aanspelen. Drievierde ligt tussen vol en halfvol aanspelen. Er moet gezocht worden naar een plek, anderhalve centimeter uit het hart van de aanspeelbal. Bij eenvierde vol aanspelen op de tweede bal, moet er gemikt worden op een plek, anderhalve centimeter in de ruimte naast de tweede bal.

In de eerste lessen blijf ik bij voorkeur het aanspeelpunt van halfvol hanteren. Regelmatig controleren we of dat lukt. De aanspeelbal wijkt dan dertig graden uit. Dat kan in vaste situaties heel goed gecontroleerd worden. De rollende wijking, met een afstoot op de hartlijn, zonder zijeffect, komt uit op veertig graden of iets meer. Afhankelijk van de afstand tussen stootbal en aanspeelbal. Als de stootbal dichtbij ligt, op b.v. 25 centimeter van de aanspeelbal, dan is er al een wijking van enkele graden, als de tweede bal aan de zijkant, op halfvol wordt aangespeeld. De aangeboden tekeningen geven daar voorbeelden van.

Afgerond kan elke millimeter zijeffect voor een paar graden extra wijking zorgen. Dat is iets meer tussen vol aanspelen en tweederde vol (1 centimeter uit het midden) en iets minder als je nog meer naar buiten wijkt met aanvullend effect. Als je ruim buiten de anderhalve centimeter zijeffect gaat spelen, dan kun je in de ketszone raken. Extra wijking kun je dan realiseren, door onder de hartlijn aan te spelen. Als je dieper aan gaat spelen, dan word je, dieper aanspelend dan 1 centimeter onder de hartlijn, gedwongen om iets te minderen met het zijeffect. Daar word je toe gedwongen, door de ronde vorm van de stootbal.

Het pijltje op de bandlijst maakt duidelijk, dat de stootbal een stukje verder op de lange band contact maakt, veroorzaakt door het aanvullende zijeffect en de afstoot onder de hartlijn. In alle situaties zijn we steeds trouw gebleven aan het mikpunt van halfvol op de aanspeelbal. Er zijn docenten en spelers, die er de voorkeur aan geven, om vooral gebruik te maken van een afstoot op diepte, om de juiste plek op de band te bereiken, die leidt tot een geldige carambole. Doe er uw voordeel mee.

Veel plezier met de eindeloos gevarieerde biljartsport. Aanspelen op wisselende dikten kan beter worden uitgevoerd, als het aanspeelpunt op halfvol goed kan worden uitgevoerd en gecontroleerd. Om andere mikpunten te benutten en goed te gebruiken, op basis van ervaringen, heb ik een eenvoudig malletje met zijsteun geproduceerd, om dat boven de aanspeelbal als hulpmiddel te plaatsen. Oefening baart kunst. Ik heb veel respect voor het enthousiasme van beginners, die uren kunnen oefenen op stootbeelden en patronen. De feiten wijzen uit, dat dit zich vertaald in hogere moyennes. Leeftijd is voor hen een minder dwingend element. Ze hebben meer tijd en maken daar gebruik van.

Met biljartgroet, Cas Juffermans.

Cas88-01
Cas48-02